Wie naar het leven van Gordon kijkt, ziet al snel dat het niet vreemd is dat hij zo veelzijdig is. Geboren als jongste zoon in een groot gezin uit Amsterdam-Noord leert hij van zijn ouders dat je succes zelf moet maken. Zijn ouders, en ook enkele van zijn broers en zussen, staan op de markt waar ze steeds wisselende producten verkopen. Het gaat er niet om wat je verkoopt, als je het maar verkoopt, is het motto. Gevoel voor humor én zakelijk inzicht wordt Gordon met de papleper ingegoten. Dat hij ook op de markt gaat staan, staat eigenlijk al van jongs af aan vast, ook al heeft Gordon zelf een andere droom: zanger worden. Met de soulplaten die er thuis rondslingeren leert hij zichzelf zingen en via het circuit van talentenjachten werkt hij zich langzaam omhoog. Bij de Soundmixshow verliest hij op een haar na van de nep-Manke Nelis. En bij het Nationaal Songfestival bereikt hij met het liedje Gini, je t’aime weliswaar de finale, maar haalt daar niet genoeg punten om ons land ook op het Eurovisie Songfestival te vertegenwoordigen. Hoewel zijn optreden daar, in een geel pak en met zakken vol glitters, niet alleen voor positieve reacties zorgt, krijgt hij er wel een platencontract door. Na een geflopte single, krijgt hij daar nog een laatste kans. Het wordt het door John Ewbank geschreven liedje ’Kon ik maar even bij je zijn’. Het vervolg is bekend. Het nummer staat wekenlang op nummer één en grote hits volgen: Blijf je vannacht bij mij, Ik hou van jou en Het is zo weer voorbij. Het buitenland roept. Een engelse versie van het eerste album wordt uitgebracht in Scandinavië. En als Linda de Mol hem in 1995 vraagt om de titelsong van haar Duitse programma Traumhochzeit te zingen, is dat voor Gordon een fantastische start bij onze Oosterburen. Een in Los Angeles opgenomen album levert in Nederland drie grote hits op: We’ve got the power, Miracle én Let it be me. Het album slaat ook aan in Zuid-Afrika en een korte tour door dit land volgt. In hetzelfde jaar laat Gordon ook in de eigen taal weer van zich horen. Met ’Omdat ik zo van je hou’ scoort hij datzelfde jaar ook een dikke top tien hit. Gordon besluit ook nieuwe wegen in te slaan. Als televisiepresentator blijkt hij verrassend uit de hoek te komen. Je houdt van hem, of je haat hem, maar in elk geval zijn de programma’s waarin Gordon te zien daags erna het gesprek van de dag. John de Mol ziet al snel dat de veelzijdige Gordon een eigen show verdient. Met Gordon doorgedraaid en de Late Nicht Show laat hij voor een groot publiek zien dat hij méér kan, dan alleen maar mooi zingen.
Muzikaal
komt hij ook opnieuw verrassend uit de hoek.
Gordon beschouwt het als een grote eer dat
hij door de filmmaatschappij van Stephen
Spielberg wordt gevraagd om de titelsong van
de film ’The road to el dorado’ te zingen.
En hij scoort vervolgens enkele grote hits
met de groepen Romeo en Re-play en neemt
zelfs een hele CD op met Nederlandse R&B
talenten op. Gordon is dan al lang niet meer
alleen maar zanger.
Hij groeit uit tot de held van radiominnend
Nederland dankzij zijn goedbeluisterde
programma’s voor 538 en Radio Noordzee.
Typetjes als mevrouw De Waal zorgen ervoor
dat automobilisten er voor even niet van
balen dat ze in de file staan. Hij doet
opnieuw een gooi naar deelname aan het
Eurovisie Songfestival, maar eindigt als
tweede bij het Nationaal Songfestival. Even
dreigt zijn carrière te eindigen zoals het
begonnen is: bij een nederlaag bij het
Songfestival. Maar Gordon vindt zichzelf als
het ware opnieuw uit. Met Rene Froger en
Gerard Joling bouwt hij het concept van
Toppers in de Arena uit. Tweemaal in 2005,
driemaal in 2006 en voor 2007 staan er zelfs
meer concerten gepland. Op televisie is
Gordon inmiddels een van de gezichten van
Talpa geworden. Hij is te zien in de
veelbesproken serie met Gerard Joling: ’Over
de vloer’. Het succes levert hem zelfs
reclamedeals voor Knorr en C1000 op.
Dat zijn
televisieoptredens er ook voor gezorgd
hebben dat hij in de top tien van meest
irritante Nederlanders is terecht gekomen
deert hem niet. ’Ik zou het pas erg vinden
als ik er niet bij zou staan,’ aldus Gordon.
Precies vijftien jaar nadat Kon ik maar even
bij je zijn werd uitgebracht, komt Gordon
met een nieuw album met zijn
Nederlandstalige hits. Op het album staan
bovendien vijf nieuwe nummers, waarvan het
duet ’Als je maar gelukkig bent’ met Lange
Frans zeker opvallend te noemen is. En alsof
hij nog niet genoeg doet, slaat hij in
oktober 2006 alweer een nieuwe weg in door
op grootse wijze zijn eigen kledinglijn te
lanceren. By Gordon is een label van
eigentijdse fashion: opvallend en een
tikkeltje over de top. Net als Gordon zelf.


